Alle katten zijn genetisch zwart of rood. De variatie in kleur, van kat tot
kat, wordt veroorzaakt door verschillende factoren, die de basiskleur zwart
of rood veranderen. De Maus zijn genetisch zwart, de factoren die de kleur rood
beïnvloeden zijn dus niet van belang. Alhoewel de vier systemen hieronder
beschreven bij de twee basiskleuren hetzelfde werken. Aan de basis van elke
haar zit een "fabriekje" dat granula (kleurkorreltjes) produceert. Bij een genetisch
zwarte kat wordt dit melanine genoemd. De productie van melanine kan beïnvloed
worden door verschillende factoren. Deze beïnvloeden de vorm, hoeveelheid
en kwaliteit van deze melanine in de haar. Als één van deze factoren
aanwezig is zal de kat niet langer geheel zwart zijn. Er ontstaan dan bijvoorbeeld
de kleuren blauw, bruin of er ontstaat een streeptekening.
Agoeti
Agoeti geeft aan dat de melanine zodanig over de haar verdeelt zit dat er
een op-af tekening ontstaat op een haar. Af betekent niet dat er geen kleur
is, maar een veel lichtere kleur. De agoeti zorgt voor een goede camouflage
zodat de kat in zijn achtergrond opgaat. Bij agoeti staat het symbool A voor
agoeti en a voor non-agoeti. Omdat het praktischer is wordt de dominante
factor met een hoofdletter aangegeven en de recessieve factor met een gewone
letter. De agoeti factor is dus dominant.
Tabby
De tabby heeft verschillende mogelijke factoren. Alle katten dragen een
tabbypatroon. Er is geen factor voor non-tabby. De agoeti factor is er
verantwoordelijk voor of het tabbypatroon zichtbaar wordt. Het tabbypatroon
bij effen katten (=non-agoeti) kun je soms zien in sterk zonlicht of bij
katten met een verdunde kleur bijvoorbeeld blauw en smoke. Een zwarte kat
met agoeti factor zal zwart/bruin haar hebben met licht bruine banden dit
gecombineerd met een tabbyfactor zal een bruine tabby geven. Er zijn vier
verschillende tabby factoren.
1.Ticking
Deze factor is dominant over de andere tabby factoren. Er is een tabby markering
op de kop. De rest van de vacht is egaal agoeti. Het mooiste voorbeeld is
de abessijn. Symbool Ta
2.Mackerel
Deze is daarna de meest dominante vorm. De tekening is gestreept. Symbool
Tm
3.Klassiek
Deze factor is recessief ten opzichte van de vorige factoren. De tekening
is gemarmerd. Symbool Tb
4.Spotted
Deze factor geeft de gevlekte tekening. Symbool Ts. Er zijn veel discussies
geweest of er werkelijk een echte factor is voor spotted tabby of dat het
resultaat is van de interactie tussen de verschillende tabby factoren. Dit
laatste is van groot belang voor de Mau fokkers. Een mackerel tabby laat
een gestreepte aftekening zien waarbij de strepen soms onderbroken worden.
Soms is dit zo erg dat het vlekken worden en noemen ze het ook spotted. Gezien
het feit dat er bij Mau nesten nooit gestreepte kittens zijn, gaat men er
van uit dat er een speciale spotted tabby factor is.
Silver
Silver is dominant over non-silver. Deze factor maakt de zwarte kleurkorreltjes
doorzichtiger en op andere plaatsen elimineert hij de productie van korreltjes.
Bij een kat die agoeti en non-silver is, is de haarkleur donkerbruin/zwart
met lichtbruine banden. Bij een kat die agoeti en silver is, zijn de lichtbruine
korreltjes geëlimineerd en de zwarte kouder van kleur. Dus deze kat
heeft een zwarte haar met zilverwitte banden. Het symbool voor silver is
SI, en voor non-silver si.
Chinchilla
Chinchilla heeft meerdere variaties. Het symbool is C. Hoeveel van de haarpunt
is gepigmenteerd is afhankelijk van de factor die aanwezig is. Bij deze factoren
is niet zon duidelijk verschil tussen dominant en recessief. Wanneer
bijvoorbeeld een kat een Cch factor heeft, welke de meest dominante factor
zou zijn, en ook een Csm heeft zal de kat een beetje donkerder zijn dan een
echte chinchilla. De chinchilla factoren worden dus omschreven in volgorde
van relatieve dominantie.
1.Chinchilla
Cch is het meest dominant. 1/8 deel van de haarpunt is gekleurd. Alhoewel
deze factor niet veel voorkomt bij de Mau kan het samen met de smoke factor
de iets lichtere Mau geven.
2.Shaded
Csh is recessief met betrekking tot de chinchilla, ¼ tot ½ van
de haarpunt is gekleurd. Als de factor homogeen is (geen inmenging van een
andere factor) is de kat donkerder dan de chinchilla. Deze factor komt steeds
meer voor bij de Mau, het tabby patroon is daardoor zichtbaarder.
3.Smoke
Csm ¾ van de haarpunt is gekleurd. Dit is de meest voorkomende factor
bij de Mau. De meeste smoke Maus zijn zwart met een witte ondervacht, hoewel
de standaard vermeldt dat er een patroon zichtbaar moet zijn. Om die reden
zijn de meeste smokes niet homogeen en is er zoveel verschil in kleur bij
de smokes. De smoke draagt de spotted factor maar is non-agoeti. Door de
verdunning kun je toch een lichte tabby tekening zien.
1. De bronzen Mau
De kat moet agoeti, non-silver, non-smoke, spotted tabby zijn. Dit genotype
zou ideaal zijn: A/A, si/si, C+/C+, Ts/Ts. Dit is het ideale genotype, maar
het zou ook A/a kunnen hebben. De kat ziet er hetzelfde uit, maar het heeft
gevolgen voor de fok. De bronzen Mau zou ook een flinke portie rufus polygenen
moeten hebben om de kleur warmer te maken.
2.De zilveren Mau
De kat moet agoeti, silver, smoke en spotted tabby zijn. Het ideale genotype
zou zijn : A/A, SI/SI, Csm/Csm, Ts/Ts. Maar het zou ook A/a kunnen zijn,
tezamen met een juiste combinatie zou dit smokes kunnen geven, of Si/si waarbij
met de juiste combinatie zou dit brons kunnen geven, of Csm/Csh of Csh/Csh.
Dit laatste is de reden waarom er variatie is in de diepte van de silver
kleur of in het contrast met de aftekening. Een zilveren Mau zou zo min mogelijk
rufus polygenen moeten hebben om de kleur zo koud mogelijk te houden.
3. De smoke Mau
De kat moet non-agoeti, silver, smoke en spotted tabby zijn. Het ideale genotype
zou zijn : a/a, SI/SI, Csm/Csh, Ts/Ts. Dit type geeft de lichtste smokes.
Een kat met Csm/Csm of C/ C+ wordt te donker, katten met Csh/ Csh worden
te licht.